Zorgplichten in het vermogensrecht (15-10-2021)

  • Tijd: 09:00 uur - 13:30 uur (incl. pauze)
  • Datum: 15-10-2021
  • Locatie: Online
  • Prijs: 299,- excl. BTW
  • PO punten: 4
  • Docent: Mr. dr. L. Reurich

Zorgplichten in het vermogensrecht

Het is een hot item in het Vermogensrecht: zorgplichten. Natuurlijk zijn er de bijzondere bancaire zorgplichten die voortdurend de nationale kranten halen. Er is de aansprakelijkheid voor de libor-affaire, de aansprakelijkheid van de politie voor het schietincident in Alphen aan de Rijn, het (gebrekkige) toezicht van de DNB tijdens de kredietcrisis. Er is de controlerende en de certificerende overheid en – nog platter – de wegen die door de wegbeheerder in goede staat moeten worden gehouden. Verder is er de immer actuele vraag op welke wijze de zorgplicht inhoud wordt gegeven (vgl. HR 6 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1845).

In deze cursus worden de diverse zorgplichten in het Vermogensrecht in onderlinge samenhang besproken. Er wordt uitvoerig aandacht besteed aan de algemene zorgplicht bij gevaarzetting (art. 6:162 BW) waarbij tevens aan de orde komt hoe, op grond van recente jurisprudentie, deze zorgplicht ook de risicoaansprakelijkheden (art. 6:173 en art. 6:174) is gaan beheersen.

Aan de orde komen de inhoud en omvang van de bijzondere zorgplichten van banken, accountants en notarissen: inzichtelijk wordt gemaakt dat ook deze bijzondere zorgplichten kunnen worden teruggevoerd op de algemene gevaarzettingsnorm.

De zorgplichten van toezichthoudende overheidsinstanties (DNB, AFM) en de ‘certificerende en controlerende’ overheid worden met name geanalyseerd vanuit het perspectief van relativiteit: wat is de inhoud van de norm en wie kan zich op de bescherming daarvan beroepen? Kan een slachtoffer van een verkeersongeval de overheid aanspreken bij een onrechtmatige APK-keuring? Kunnen de benadeelden van de DSB de overheid aanspreken wegens een falend toezicht van DNB? Dat roept weer nieuwe actuele vragen op: kan uit de zorgplicht een handhavingsplicht worden afgeleid?

Ook contractuele zorgplichten passeren de revue waarbij de verschillen tussen resultaatsverbintenissen en inspanningsverbintenissen in kaart worden gebracht: het onderscheid tussen de zorgplicht bij de uitvoering van koopovereenkomsten (art. 6:228 BW en art. 7:17 BW) en de redelijk handelende vakgenoot (arts, notaris of makelaar). Ook hier rijst de vraag naar een ‘contractuele handhavingsplicht’ en de intrigerende kwestie van de zorgplicht bij nalaten.

De cursus biedt kortweg vanuit een omvattend perspectief inzicht in de diverse algemene en bijzondere zorgplichten in het Vermogensrecht. Aldus wordt aangetoond dat deze zorgplichten zich kenmerken door dezelfde beginselen doch per rechtsgebied een eigen inkleuring kennen.

Mr. dr. L. Reurich is raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Haag. Hij is daarnaast rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Noord-Holland en tevens docent bij de Beroepsopleiding Advocaten.