Wijzigen en beëindigen van overeenkomsten

  • Tijd: 10.00 uur - 17.30 uur
  • Datum: 05-11-2020
  • Locatie: Atrium Zuidas Amsterdam
  • Prijs: 399,- excl. BTW
  • PO punten: 6
  • Docent: Mr. dr. L. Reurich

Wijzigen en beëindigen van overeenkomsten

De commerciële praktijk verloopt juridisch via contracten – meestal via duurovereenkomsten. Dat maakt vanzelf de vraag actueel: hoe kan een overeenkomst worden beëindigd? En: hoe kan zij worden gewijzigd? Elke overeenkomst is immers een ‘momentopname’: gedurende de looptijd ontstaat vaak behoefte aan een andere contractinhoud of zelfs een wijziging van het contract met terugwerkende kracht. Op grond van de wet en recente jurisprudentie bestaat een palet aan mogelijkheden tot aanpassing en aantasting van overeenkomsten – zowel buiten rechte als in rechte. Dat palet aan mogelijkheden wordt in deze cursus inzichtelijk gemaakt. Het gaat om negen mogelijkheden tot aantasting van de overeenkomst door een schuldeiser. En negen mogelijkheden tot het voeren van ‘nuancerende verweren’. Deze cursus gaat dus over de ‘gereedschapskist’ van de teleurgestelde schuldeiser. De diverse juridische instrumenten maken een ‘chirurgisch ingrijpen’ in overeenkomsten mogelijk.

Ontbinding wegens een tekortkoming, vernietiging op grond van dwaling of opzegging ‘zonder zwaarwegende reden’: het zijn alle manieren om een commercieel contract te beëindigen. Welke actie heeft de voorkeur? Hoe werk je een niet presterende contractant effectief de deur uit? Of verdient het voorkeur de contractuele verhouding in een gewijzigde vorm voort te zetten? Deze en andere (praktische) vragen staan in deze cursus centraal.

Sinds het principiële arrest over de opzegging van duurovereenkomsten (HR 28 oktober 2011, ECLI:NK:HR:BQ9854 (De Ronde Venen) is een groot aantal arresten over deze vorm van opzegging gewezen (onder meer: HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141 (Goglio/SMQ Group), HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3232), HR 7 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1270 (Nanada/Golden Earring), HR 15 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:660 (Provincie Noord-Holland c.s./Gemeente Amsterdam)). De redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1) speelt hier, naar haar aard, een bij uitstek casusgevoelige rol. Aan de hand van deze recente jurisprudentie wordt het geldend recht ten aanzien van de opzegging van duurovereenkomsten in kaart gebracht.

Daarnaast worden de intrigerende ontwikkelingen rond het dwalingsleerstuk in kaart gebracht. Kan ook een (kleine) ondernemer zich op de bijzondere zorgplichten beroepen als hij een renteswapovereenkomst wegens dwaling wordt vernietigd? Het Hof ’s-Hertogenbosch en het Hof Den Haag kiezen elk een andere aanpak: inmiddels ligt deze vraag ter beantwoording bij de Hoge Raad. Daarnaast rijst de vraag hoe de dwalingsregeling van art. 6:228 BW zich verhoudt tot de aansprakelijkheid wegens oneerlijke handelspraktijken (art. 6:193 sub d BW) en de vaststelling van rechtsgevolgen bij een vernietiging wegens dwaling en ontbinding wegens een tekortkoming.

Deze diverse leerstukken worden in de cursus in onderlinge samenhang besproken. De cursus biedt aldus een horizontale vergelijking van de leerstukken die het wijzigen en beëindigen van overeenkomsten in het algemene Contractenrecht beheersen. Het gaat met name om onvoorziene omstandigheden (6:258 BW), dwaling (6:228 BW) en ontbinding wegens een tekortkoming (6:265 BW). Deze vergelijking maakt het mogelijk om de verschillende vereisten van deze bevoegdheden (wel / geen verzuim, wel / geen toerekenbaarheid etc.) en verschillen in rechtsgevolgen (wel / geen terugwerkende kracht, wel / geen aanpassingsbevoegdheid etc.) in kaart te brengen. Aldus wordt het omvangrijke gebied van grijstinten tussen het ‘contractuele alles’ (een onberispelijk contract) en het ‘contractuele niets’ (de volledige teloorgang van het contract) in kaart gebracht.

De cursus biedt concrete aanbevelingen en handvatten voor de procespraktijk en geeft tips voor de praktische uitoefening van de bevoegdheden en de inhoudelijke inrichting van wijzigingsvoorstellen, mede in het licht van de rechterlijke toetsing daarvan.

 

Programma volgt
Mr. dr. L. Reurich is raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Haag. Hij is daarnaast rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Noord-Holland en tevens docent bij de Beroepsopleiding Advocaten.

X