Procederen in hoger beroep en de nieuwe maximumregel voor de processtukken

  • Tijd: 09.00 - 12.15 uur (incl. pauze)
  • Datum: meerdere data (zie cursusbeschrijving)
  • Locatie: Online
  • Prijs: 199,- excl. BTW
  • PO punten: 3
  • Docent: Mr. dr. L. Reurich

Procederen in hoger beroep en de nieuwe maximumregel voor de processtukken (25/15 pagina’s)

Op 1 april 2021 is het Rolreglement voor het procederen in hoger beroep aangepast. Op grond van art. 2.11 mogen de processtukken in hoger beroep maximaal 25 resp. 15 pagina’s bedragen.

Deze eenvoudige regel heeft grote gevolgen. De regel roept principiële vragen op ten aanzien van het beginsel van hoor- en wederhoor en de in art. 6 EVRM gewaarborgde toegang tot de rechter. Voorts stelt de regel de advocaat voor schier overkomelijke praktische problemen bij de (efficiënte) inrichting van de processtukken in hoger beroep en de optimale verdediging van de belangen van cliënt. Pogingen vanuit de advocatuur om de gelding van deze regel op te schorten – onder meer via een kort geding tegen de Staat – zijn mislukt. Intussen heeft de kort geding-rechter over deze regel prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld.

In deze cursus wordt in de eerste plaats de toelaatbaarheid van voornoemde regel besproken, mede in het licht van het Europese recht en het karakter van de appelprocedure die op ‘eindigheid’ is gericht. Hierbij komt tevens aan de orde welke argumenten kunnen worden aangevoerd in het verzoek aan het Hof om een uitzondering op deze regel te maken wegens “feitelijke of juridische complexiteit”.

Vervolgens komt de toepasselijkheid van de regel aan de orde. De vele praktische problemen die de invoering van deze regel oproept worden besproken en de diverse technieken om daarmee creatief om te gaan. Zo kan bijvoorbeeld de zeer korte omvang van 15 pagina’s voor de memorie in het incidenteel appel worden voorkomen door zelf in principaal appel te gaan. Voorts wordt inzichtelijk gemaakt hoe deze regel samenhangt met (i) het grievenstelsel, (ii) de devolutieve werking en (iii) het ontbreken van het ne bis in idem in het civiele recht.  Een en ander voert tot een groot aantal praktische tips voor een optimale inrichting van de processtukken en strategische technieken om deze regel te omzeilen.

Tijdens de cursus krijgt u voldoende gelegenheid voor het stellen van uw concrete vragen.

Geef bij uw aanmelding duidelijk aan voor welke datum u zich opgeeft onder het veldje ‘opmerking’:
Woensdag 13 oktober 2021: 9.00 – 12.00 uur
Dinsdag 16 november 2021: 9.00 – 12.00 uur
Donderdag 9 december 2021: 9.00 – 12.00 uur
Mr. dr. L. Reurich is raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Haag. Hij is daarnaast rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Noord-Holland en tevens docent bij de Beroepsopleiding Advocaten.

Dit is een nieuwe cursus