Technieken van schadeberekening

  • Tijd: 09.00 uur - 14.30 uur (LET OP TIJDSWIJZIGING)
  • Datum: 18-12-2019
  • Locatie: NH Hotel Amsterdam-Zuid
  • Prijs: 399,- excl. BTW (499,- na 18 november)
  • PO punten: 6
  • Docent: Mr. dr. L. Reurich

Technieken van schadeberekening

Schadeberekening is hét item van afgelopen jaar. Alleen reeds het recente arrest HR 25 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:376 bevat een intrigerend oordeel over smartengeld wegens de schending van een persoonlijkheidsrecht zonder dat psychisch leed vaststaat. Die vraag kwam al eerder in lagere jurisprudentie aan de orde ten aanzien van bewoners in Groningen die ‘s nachts wakker liggen vanwege de angst voor aardbevingen. De rechtbank oordeelt in die zaak tevens dat de NAM voortaan een deel van de woonlasten moet betalen omdat aan hen een deel van het woongenot wordt ontnomen (Rechtbank Noord-Nederland, ECLI:NL:RBNNE:2017:715). Inmiddels heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigd dat de benadeelden eveneens recht hebben op vergoeding van de waardevermindering van woning – ook als zich geen fysieke aantasting heeft voorgedaan (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:618) – eveneens door het toestaan van een abstracte wijze van schadeberekening. In een zaak van een geheel andere aard heeft het Hof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat de Nederlandse Zuivelorganisatie in beginsel van de sojamelkverkoper Alpro winstderving kan vorderen in de vorm van winstafdracht (Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 19 december 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5731) – een nieuwe techniek van schadeberekening op de voet van art. 6:104 BW die onverwacht furore maakt. Voeg daarbij schadevergoeding anders dan in geld in de vorm van het vestigen van een erfdienstbaarheid en een door de rechter opgelegde vrijwaring en het palet aan nieuwe en inventieve vormen van schadeberekening is compleet. Daarnaast heeft de Hoge Raad alleen in 2017 al vijf belangrijke arresten over schadeberekening gewezen.

Genoemde zaken zullen in deze cursus uitvoerig worden besproken, waarbij de recente ontwikkelingen worden meegenomen. Tevens zal aandacht worden besteed aan het soms felle debat over de wijze van schadeberekening. De cursus zal uitmonden in een overzicht van (recente) technieken van schadeberekening en hoe deze technieken optimaal – per schadepost uitgewerkt – kunnen worden ingezet.

Deze cursus beoogt aldus inzichtelijk te maken welke vormen van compensatie in het algemene Vermogensrecht beschikbaar zijn. Uiteraard gaat de aandacht in de eerste plaats naar schadevergoeding op grond van een normschending (art. 6:74 en 6:162). Maar ook alternatieve routes van compensatie passeren de revue: nadeelsopheffing (art. 6:230), partiële vernietiging (art. 3:41) en partiële ontbinding (art. 6:265). Deze alternatieve routes bieden immers ook, en vaak met lagere drempels, een effectieve vorm van compensatie (zoals bijvoorbeeld de prijsverlaging als gevolg van een partiële ontbinding). Hierbij komt dat de Hoge Raad onlangs heeft beslist dat de vordering tot schadevergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212) op contractuele verhoudingen mag worden toegepast. In de cursus worden deze vormen van compensatie met elkaar vergeleken waarbij precies in kaart wordt gebracht welke vormen van ‘schade’ in de diverse routes vergoed baar zijn (transactieschade, herstelkosten, gevolgschade, winstderving, winstafdracht, wettelijke rente, buitengerechtelijk incassokosten, kosten vaststelling aansprakelijkheid, etc.). De focus ligt hiermee dan ook tevens op de praktische vraag hoe schade moet worden berekend (concreet of abstract?) en de processueel belangrijke vraag hoe de verschillende vormen van schade in de processtukken dienen te worden onderbouwd (mede gezien stelplicht en bewijslast.) Ten slotte wordt aandacht besteed aan de vraag welke effectieve weren tegen een vordering tot compensatie kunnen worden ingezet. Inzichtelijk wordt gemaakt dat ook via het verweer compensatie geëffectueerd kan worden.

Hoewel de cursus thematisch van opzet is, worden de onderwerpen aan de hand van recente jurisprudentie inzichtelijk gemaakt. De cursus is derhalve tevens een actualiteitencursus.

Programma volgt
Mr. dr. L. Reurich is raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Haag. Hij is daarnaast rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Noord-Holland en tevens docent bij de Beroepsopleiding Advocaten.
X